Die ene druppel kan het verschil maken

“Lang hoefde ik niet over de vraag na te denken of ik mee wilde gaan voor een werkbezoek naar Moldavië vanuit Op weg met de ander,” schrijft bestuurslid Rudy Reijersen van Buuren-Gorter in een blog op onze website. “De foto’s alleen al, zorgden ervoor dat ik werd geraakt en de daarbij behorende verhalen versterkte die bewogenheid nog meer. Mensen met een beperking hebben altijd al een speciaal plekje in mijn hart gehad.”

 

Samen met vier mensen van andere Nederlandse organisaties, is Rudy begin mei een aantal dagen in Moldavië geweest. Ze was daar op uitnodiging van Kom over en Help, in het kader van hun voorjaarscampagne waarin ze aandacht vragen voor de situaties van kinderen met een beperking in Moldavië. Rudy vertelt: “Het raakt me tot het diepst van mijn hart dat mensen met een beperking in Moldavië zo weggedrukt worden. Dit zijn ook gewoon kinderen door God gemaakt. We hebben toen we daar waren Psalm 139 gelezen, dat elk kind wordt geweven in de moederschoot. Ieder kind moet bestaansrecht krijgen. In Moldavië, maar natuurlijk ook in Nederland. Ook hier wordt daaraan getornd, met de NIPT, abortus en dergelijken.”

 

Verwachtingen

Voor de reis heeft de groep kennis met elkaar gemaakt en wederzijdse verwachtingen besproken. Het programma stond vast: ze zouden naast een aantal gezinnen ook een particulier initiatief bezoeken en een staatsinstelling. Al gelijk werd duidelijk dat het geen makkelijke reis zou worden en dat er heftige momenten zouden zijn. “Ik stond er eigenlijk heel open in,” zegt Rudy. “Ik ben iemand die echt voor het kleine gaat, wat kun je betekenen voor die kinderen. Ik had wat cadeautjes meegenomen en ging voor een glimlach, een aai over de bol, ouders laten merken dat we aan ze denken en voor ze bidden. Ik wilde van de moeders heel graag weten hoe ze zo’n moeizaam leven vol kunnen houden. Je houdt enorm van je kind, misschien krijgt de liefde soms ook wel een extra laagje als je kind iets mankeert. Maar de omgeving wijst het kind met een beperking af, je partner laat je alleen en je bent gedwongen te werken, wat niet te combineren is met de zorg voor je kind. Hoe werkt dat in je eigen hart als je de liefde voor je kind voelt, maar je ook zoveel tegenstand ervaart?

 

Deze vraag stelde ik ook aan de moeder van de 18-jarige Victor, die we thuis bezochten. Hij kan niet lopen, is niet zindelijk en kan ook niet naar de opvang omdat deze niet rolstoeltoegankelijk is. De moeder moet iedere dag haar kind verzorgen, 24 uur per dag. Zonder stromend water, zonder wasmachine. Daarover vertellend, leverde tranen op bij haar. Dan raak je iets aan bij moeders.

 

Tegelijkertijd was ik ook zeer verbaasd over andere situaties: hoe kun je je (jonge) kind bij een instelling achterlaten en nooit meer iets van je laten horen? Die moeders hebben we niet gesproken, maar die zou ik dolgraag willen spreken. Veroordelen zou ik ze nooit, maar ik zou oprecht benieuwd zijn wat er in het hart van die mensen om gaat. Is de druk van de omgeving dan zo groot, dat je kiest voor je partner in plaats van je kind? Wat gaat er door je heen…”

 

Charity Mission

Nadat de groep, met vertraging, aangekomen is in Moldavië, gaan ze naar Charity Mission. Dat is een particulier initiatief dat is opgezet door een Baptisten-predikant en zijn vrouw. Zij hebben een jongetje gekregen met het syndroom van Down en wilden iets voor hun zoon betekenen. Nu hebben ze een huis waar ze ongeveer tien kinderen dagopvang bieden.

In haar blog op onze site schrijft Rudy daarover: Kinderen uit verschillende plaatsen uit de omgeving worden vier keer per week opgehaald en verzorgd, dan wel bezig gehouden. Indrukwekkend om te zien en te ervaren met hoeveel liefde dit werk wordt gedaan. Ook bezochten we diverse gezinnen van kinderen die naar de dagopvang gaan, maar ook een tweetal die thuis worden verzorgd.

 

Eén van die kinderen die thuis wordt verzorgd, is Zarea. “Toen we daar kwamen, lag ze daar in een vies bedje in huis van haar buurvrouw,” vertelt Rudy. “Haar moeder heeft haar achtergelaten en is naar het buitenland gegaan om te werken. Vader had het gezin al eerder verlaten. De buurvrouw van Zarea heeft haar in huis genomen en zorgt nu iedere dag voor haar. De liefde van die buurvrouw voor dat meisje was heel mooi om te zien. Je zal het maar doen; een gehandicapt meisje in huis terwijl je zelf moet werken, al drie kinderen hebt en een heel klein huisje hebt. In Nederland had Zarea misschien nog wat verder kunnen ontwikkelen, met alle medische hulp die we hier hebben, maar daar ligt ze 24 uur per dag in bed. Het meegebrachte knuffelbeest pakte ze vast en drukte ze tegen haar wang. Samen zongen we voor haar Hoger dan de blauwe luchten.”

 

Staatsinstelling

Op de tweede dag van de reis naar Moldavië bezoekt Rudy een staatsinstelling voor kinderen met een beperking. Hier worden 204 jongens van 6 tot 40 jaar opgevangen en verzorgd. De directrice is Diana Chicus. Sinds haar komst in 2015 is hier enorm veel veranderd. Rudy: “Diana vertelde over de staat van het huis toen zij directrice werd. Kinderen werden nauwelijks gewassen, kregen bijna geen eten en waren dun gekleed bij koud weer. Toen zij directrice werd heeft ze de zorg voor de kinderen gelijk op nummer één gezet. Met beperkte middelen werden de badkamers schoongemaakt en opgefrist. Ook kregen kinderen allemaal een eigen vakje in een kast met een eigen tandenborstel en handdoekje en dergelijken. Heel erg geordend en schoon.

Ook hebben ze alle bedjes en muren geschilderd en is er fysiotherapie gekomen voor alle kinderen. Diana heeft het allemaal op poten gezet. En het kan dus wel; één vrouw kan verandering aanbrengen in het leven van heel veel kinderen.

 

Er was daar ook een jongen, Victor, van een jaar of 20. Zijn nek was helemaal vergroeid naar achteren, zijn mond misvormd, zijn benen waren gekruist vergroeid. Die jongen kon slechts op zijn linker- of rechterkant liggen. Hij kon dus óf naar de muur kijken, óf naar de zaal. Dat is het enige wat ze voor die jongen konden doen. Fantastisch dat er mensen voor hem zorgen, maar wat een uitzichtloosheid. Voor zo’n kind werd wellicht gehoopt dat het jong zou overlijden.”

 

Vervolg

De voorjaarscampagne van Kom over en Help loopt een aantal weken en vraagt dus aandacht voor de situatie van mensen met een beperking in Moldavië. Mensen met een beperking zijn een taboe in het land en Kom over en Help wil graag iets betekenen voor deze mensen. Ook Rudy Reijersen van Buuren-Gorter is gegrepen door deze problemen en wil haar steentje bijdragen. “Ik ben ook meegegaan om te kijken wat mijn rol kan zijn voor die mensen daar. Hoe zou ik ze kunnen helpen? We verbeelden ons niet dat we daar alle tehuizen helemaal op orde krijgen. We krijgen ook niet zomaar voor elkaar dat iedereen anders naar de gehandicapte medemens gaat kijken. Je kan zeggen dat het een druppel op een gloeiende plaat is, dus doen we er niets mee. Maar diezelfde druppel kan ook een emmer doen overlopen. Die ene druppel kan het verschil maken.

 

We zouden bijvoorbeeld voor twee kinderen iets kunnen betekenen zodat ze een aantal dagen per week naar de dagopvang kunnen. Zoals Zarea en Victor. Kinderen met een beperking zijn zo afhankelijk van een ander, dus als we nou eens heel klein beginnen.

 

We kunnen daar bijvoorbeeld ook een kerk benaderen in Moldavië en peilen of er mensen zijn die bezoekouder worden voor die kinderen. Bijvoorbeeld voor die staatsinstelling met 204 jongens, dat moet toch lukken!? Stilzitten en aankijken is in ieder geval niets voor mij. Ik wist van tevoren al dat het niet een reisje is waarbij je achteraf wat geld doneert en dat het dan klaar is. Het was ook wel de bedoeling dat we er iets mee zouden doen.

 

De reis heeft mij opgeleverd dat ik me nog beter besef dat één persoon echt een verschil kan maken. Dat één buurvrouw zegt: ‘Zet dat bedje maar bij mij.’ Dat één directrice zegt: ‘We gaan het anders doen.’ Dat één echtpaar een dagopvang start. Je kunt in je eentje echt iets betekenen voor mensen. Je hoeft niet te wachten op een wonder of een groot geldbedrag, maar je kan gewoon klein beginnen. Begin bij de mens en kijk naar wat nodig is.”