“Communiceer vooral met oogcontact”

Interview

 

Communiceren met ernstig meervoudig gehandicapten bestaat voor het grootste gedeelte uit non-verbale com- municatie. Bij deze mensen zonder woordenschat vinden gesproken woorden vaak geen voedingsbodem. Pastoraal werkster Wynette schouten (36) zoekt daarom naar andere manieren om met hen te communiceren. “Tijdens de viering noem ik wel vijf keer hun naam en maak daarbij zo mogelijk oogcontact. Het bij de naam noemen is heel belangrijk; ze mogen zich gekend weten!”

 

Midden in de bossen van de Veluwe is een open plek.
Daar, op ”De Hartenberg” in Wekerom, onderdeel van zorgorganisatie ’s Heeren Loo, wonen mensen met een verstandelijke beperking. Midden op die open plek staat een kerk. De stilte is te horen; de sneeuw weerkaatst het felle zonlicht, de wereld in. Een jongeman op een skelter –het hoofd op het stuur– passeert het plein. De skelter trekt een oplegger met vuilniszakken. In het kerkelijk centrum van ”De Hartenberg” werkt Wynette Schouten. Hier communiceert zij tijdens wekelijkse bijeenkomsten met bewoners over geloof. Samen met twee collega’s draagt Wynette Schouten verantwoording voor het geestelijk welzijn van ruim 400 mensen. Van hen wonen er 200 op ”De Hartenberg”, de anderen in de omstreken van Ede. De geloofstradities waarin de verschillende cliënten zijn opgegroeid lopen sterk uiteen. Niet iedereen maakt gebruik van de geestelijke verzorging.

 

“Maar in principe mogen ze allemaal een beroep op ons doen”, aldus de pastoraal werkster. “Zo lag er een keer een rooms-katholieke bewoonster op sterven. Zij vroeg om de bediening van het Laatste Oliesel. We hebben toen contact gelegd met de rooms-katholieke kerk ter plaatse die dit sacrament aan haar heeft bediend.”

 

Verlegen

Veel mensen zijn verlegen met ernstig meervoudig verstandelijk gehandicapten. Zij weten niet hoe zij deze mensen moeten benaderen. Schouten heeft daar een verklaring voor. “Dit komt doordat mensen niet bekend zijn met handicaps. Ze weten niet wat ze kunnen verwachten. En onbekend maakt helaas nog vaak onbemind. Vaak zijn mensen die zich aan deze doelgroep verbinden al eerder op een of andere manier in aanraking gekomen met een verstandelijk gehandicapte.”

 

De pastoraal werkster is echter geschrokken van een praktijkvoorbeeld uit de recente dissertatie ”Competenties voor pastorale communicatie met mensen met een verstandelijke beperking” van ds. Johan Smit. Daarin
zegt een predikant dat hij het leiden van een aangepaste kerkdienst categorisch weigert. Hij beschrijft zelfs dat hij er “fysiek onpasselijk” van wordt als hij het geschonden uiterlijk van mensen met een ernstige verstandelijke beperking ziet. “Hij moet er bijna van overgeven. Dat is voor hem de reden om deze gemeenteleden uit de weg te gaan”, aldus een verbijsterde Schouten.
Er is weinig kennis, zo weet Schouten ook uit eigen ervaring. Tijdens haar opleiding tot Godsdienst Pastoraal Werker (GPW) op de Christelijke Hogeschool Ede

(CHE) kwam geloofscommunicatie met verstandelijk gehandicapten niet aan bod. Andere theologieopleidingen vormen hierop waarschijnlijk geen uitzondering. “Ik zou graag zien dat hiervoor meer aandacht kwam. Toekomstige werkers in de kerk zouden op zijn minst één keer met deze doelgroep in aanraking moeten komen.”

 

Schouten ging tijdens haar studie dan ook maar zelf op pad. In het kader van stage kwam ze bij ”De Hartenberg” terecht. Daar leerde zij uit de praktijk te communiceren over het geloof met verstandelijk gehandicapten. “Zo heb ik geleerd niet te verbaal te zijn. Dan wordt het voor deze doelgroep te ingewikkeld en dan mis je het contact.”

In de ruim vijf jaar dat Schouten pastoraal werker is, wordt ze met enige regelmaat gevraagd voor lezingen in kerken en scholen. “Dat doe ik maar al te graag. Ik voel me een vertegenwoordiger van deze doelgroep. Vaak zeg ik tegen de aanwezigen: “Kom maar met je vragen, voel je vrij.””

 

Weinig integratie

De integratie van mensen met een verstandelijke beperking in de kerk komt nog onvoldoende van de grond, constateert Schouten. “Ik krijg vaak reacties van

ouders dat het in de kerk maar niet wil. Mensen met een verstandelijke beperking horen er echter bij.”
Schouten ziet de plaats van mensen met een beperking goed weergegeven in een plaat waarop een kerk wordt gevormd door allerlei mensen. “Van allerlei soort en kleur. En te midden van die mensen hebben we een ronde spiegel geplakt. Als een bewoner daarin kijkt, ziet hij dat hij er ook bij hoort. Samen kerk zijn moet je niet willen, maar moet je doen. Dat valt niet altijd mee. Ik heb nog niemand ontmoet die het makkelijk vindt meteen de
eerste keer met een ernstig meervoudig gehandicapte in contact te komen. Ouders niet, professionals in de zorg niet – waarom zou dat in de kerk dan anders zijn? Het is echter een Bijbelse opdracht naar onze naasten om te zien. En ik ben ervan overtuigd dat het ook voor de kerkelijke gemeenten verrijkend zal zijn om met deze mensen het geloof te beleven.”

 

De vieringen op “De Hartenberg” hebben plaats in een ruimte waar een lamp regenbooggekleurde olievlekken projecteert, zacht licht schijnt en rustige muziek draait. “Het is belangrijk om via de zintuigen contact te maken. Door te zien, te voelen, te ruiken en te proeven, te horen. Door zo veel mogelijk zintuigen tegelijkertijd te prikkelen wordt de kans groter dat er voor hen iets te beleven valt.”

Een voorbeeld. Als Schouten de gelijkenis van de verloren zoon vertelt, dan gebaart ze dat de vader klaarstond met open armen. Daarbij strekt ook zijzelf de armen uit. “Dát is de boodschap. Het is belangrijk hoe mijn stem klinkt en mijn lichaam spreekt. Ook is het van belang dat bepaalde handelingen steeds weer terugkeren. Daarmee wordt veiligheid, vertrouwdheid en geborgenheid gecreëerd – eigenschappen die ook bij God horen!”

Elke viering wordt een waxinelichtje aangestoken, waarbij de voorganger de naam van de bezoeker noemt. Deze zegt erbij dat het licht van God is aangestoken en dat ook de bezoekers een lichtje mogen zijn. “Soms zingen we het lied “Jezus zegt dat Hij/ hier van ons verwacht,/ dat wij zijn als kaarsjes/ brandend in de nacht.”

 

De ontmoeting met de Ander staat centraal. “Kom je
dan niet verder dan dat?, was een vraag tijdens een gemeenteavond. Voor zo ver wij dat kunnen zien, misschien niet. Maar daarmee doe je in mijn beleving die ontmoeting tekort. Het blijft zo bijzonder om te zien dat iemand met wie amper contact mogelijk is, even reageert op wat er gebeurt. Als ogen gaan stralen, weet ik dat ze zijn geraakt. Dan hebben we elkaar wérkelijk even mogen ontmoeten, in het licht van de ontmoeting met God. Hij is zo veel groter dan wij kunnen bedenken en verwoorden. De Bijbel is een prachtige illustratie van hoe God met een ieder ons Zijn eigen weg gaat. Sterk of zwak, groot en klein, meer of minder intelligent – het maakt voor God niet uit. Dan zou het voor ons ook niet moeten doen.”

 

Jenneke Wolvers-ten Hove