Bredase ambassadeur voor autisme in Nederland en Turkije

Interview

 

Ze schaamt zich niet voor haar autisme. Op sociale media, zoals Twitter, staat ze te boek als @autistic_birsen. Toch kritiseert Birsen Başar (28) op hetzelfde medium een krantenbericht met de kop: “Bredase wordt ambassadeur voor autisten”. “In plaats van autisten had ik liever het woord autisme gezien.”

 

 

Birsen Bașar is sinds eind augustus het nieuwe gezicht van de Nederlandse Vereniging voor Autisme. De jonge vrouw heeft een indrukwekkende staat van dienst achter de rug in de strijd voor emancipatie voor mensen met autisme.

Vanaf 2009, twee jaar nadat ze –eindelijk, op haar
21e– haar diagnose klassiek autisme kreeg, gaf ze zeker honderd presentaties over haar leven met autisme,
niet zelden voor etnisch Turks publiek. Haar leven met niet-vastgesteld autisme was niet makkelijk, getuige de titels van haar boeken.
In 2010 schreef ze ”Ik wil niet meer onzichtbaar
zijn”. Drie jaar later volgde ”De jungle van autisme”. Onzichtbaar? Jungle?

 

Geen vriendinnetjes

Birsen groeide op in een modern-Turks gezin in Breda. Haar vader is leraar Turks in het basisonderwijs, haar moeder huisvrouw en ze heeft een jongere broer. Vanaf de basisschoolleeftijd wordt het leven moeilijk voor haar. Ze kan geen vriendinnetjes maken, wordt gepest en vereenzaamt steeds meer. Haar ouders begrijpen haar niet. Ze lijdt aan slapeloosheid, en haar moeder lijdt met haar mee.

Ze probeert vriendschap af te sluiten met jongere meisjes, maar ook dat loopt niet goed af. In groep 8
zit ze alleen nog maar naar buiten te kijken hoe andere kinderen spelen.
Op de havo herhaalt zich het drama: geen vriendschappen, gepest worden, vereenzaming, slapeloosheid, botsingen thuis. Haar ouders schamen zich voor haar. Bijvoorbeeld voor haar harde stem, waardoor het telkens lijkt of Birsen ruzie heeft, terwijl dat lang niet altijd zo is.
Haar huisarts weet niet wat hij met haar aan moet.
Als ze in de derde klas zit, stuurt een schoolarts haar naar de geestelijke gezondheidszorg. Dat verergert
de zaak. De psychiater zegt dat ze verwend is. Deze verklaring sluit aan bij de Turks-islamitische cultuur, waarin verwendheid wordt verafschuwd en schaamte voor afwijkingen groot is. Haar ouders denken dat
deze verklaring klopt, maar blijven ook daarmee in het duister tasten.
Ondertussen vlucht ze in haar fiep, haar extreme hobby die mensen met een psychiatrische stoornis soms hebben. Bij Birsen is dat prinses Máxima. Ze spiegelt zich aan haar: “Ze lacht altijd, heeft de familie met haar komst opgevrolijkt.” Birsen knipt foto’s uit van de prinses, die naast modelvrouwen en –mannen op haar tienerkamer hangen.

 

Een soort verlossing

Ze gaat naar het hbo. Tien weken voor haar afstuderen, wordt eindelijk vastgesteld dat Birsen klassiek autisme heeft. Dat is –heel herkenbaar voor mensen met een late diagnose– een soort verlossing. Eindelijk vallen
alle puzzelstukjes op hun plaats. Birsen verdiept zich
in autisme en gaat presentaties over haar leven met de gedragsstoornis houden. Aan autochtone Nederlanders, medelanders met een Turkse achtergrond, hulpverleners. Drie jaar lang wordt ze gevolgd door een filmteam. Die maken de documentaire ”Birsen” over haar leven met autisme. Medio vorig jaar werd deze op de Nederlandse televisie uitgezonden. Na eerdere interviews met haar op tv is dit haar echte doorbraak.

In de documentaire is te zien dat ze graag prinses Máxima zou ontmoeten. “En als ik wil, gebeurt het ook. Als ik een film wil maken, gebeurt het ook.” En als ze Máxima wil ontmoeten, gebeurt dat ook. “Ik denk dat ik haar eerder ontmoet dan de ware”, zegt ze met de nodige zelfspot. Want een Turkse jongen als man krijgen is haar diepe hartenwens.
Ze krijgt gelijk. Inmiddels ontmoette ze haar idool twee keer. Bij de eerste ontmoeting wordt er een foto van haar en de toenmalige prinses Máxima gemaakt. Ze baalt ervan dat deze net haar ogen sluit bij het afklikken. Later overhandigt ze in het Autismecafé in Leiden Máxima haar boek ”De jungle van autisme”. De koningin moedigt haar aan door te gaan met de strijd voor de bekendheid van haar aandoening.

En een strijd blijft het. Naast haar werk als subsidiecontroleur bij de gemeente Breda –voor 20 uur per week, meer kan ze niet aan vanwege haar autisme, zegt ze desgevraagd– gaat ze in 2010 een hbo-studie voor autismespecialist volgen in Antwerpen.

 

Geïsoleerdheid

IJzingwekkend brengt de documentaire in beeld hoe haar medestudenten –“allemaal hulpverleners”– en de docente haar niet meevragen de pauze te vieren. Birsen staat weer alleen en zoekt een Turks restaurant op, waar ze warm wordt onthaald en ze zich thuisvoelt. Mede door de geïsoleerdheid haalt ze het eerste jaar niet. Als ze de tweede keer het eerste jaar volgt “gaat het iets beter.” Ze voelt zich meer opgenomen en haalt nu zonder horten en stoten de tweejarige opleiding.

Wat ze ermee wil? “Dat weet ik nog niet precies. Ik wil mensen met autisme begeleiden, maar ik weet nog niet hoe ik het moet aanpakken.”

Birsen weet heel goed wat ze wil. Zo heeft
ze inmiddels de ware Jacob gevonden. “Een moderne Turkse jongen, die mij heel goed aanvoelt.”

En ze wil autisme
in allochtone gemeenschappen in Nederland bekend maken. Zo is ze bezig met een derde boek waarin ze beschrijft hoe deze culturen denken over hulpverlening en autisme. Via haar netwerk heeft ze al diverse gesprekken hierover gevoerd. Thuisland Turkije staat bij de geboren Bredase echter op nummer 1. De opnames zijn al gemaakt voor een nieuwe documentaire over autisme in dit land, in de stad en op het platteland. “In Turkije denken de meeste mensen nog dat personen met autisme niet kunnen praten en een verstandelijke handicap hebben. Dat mensen met autisme ook goed kunnen leren, snappen ze niet. Ik wil de kennis over autisme vergroten en de schaamte erover verminderen. Het liefst zou ik in Turkije een school voor kinderen met autisme openen. Zodat zij volledig worden geaccepteerd.”

 

Gijsbert Wolvers

 

www.birsenbasar.com