Vrouw met autisme


Ingeborg van Vliet (50) uit Oss kreeg rond haar 40e de diagnose autisme. Dat was een opluchting voor haar: “eindelijk had het een naam.” Maar het was ook te laat. “Ik had m’n leven lang te veel op mijn bordje gehad. Ik was helemaal opgebrand.”

 

Op de eettafel in huize Van Vliet ligt haar eigen gedichtenbundel. Ingeborg schreef het en gaf het uit, met de veelzeggende titel ”De scherven die woorden werden”. De verzamelde gedichten geven Ingeborgs leven met autisme weer. Ze ontdekte in de loop van de tijd dat ze door het schrijven van gedichten en het kleuren van kleurplaten haar overprikkeling kwijt kon.

“Achteraf gezien deed ik dat vroeger ook”, vertelt ze in de woonkamer waar de tekeningen van haar jongste zoon Vincent (15), eveneens met autisme, aan een draad hangen. “Ik ben de jongste van drie dochters. Ik viel op door mijn houterige motoriek. Ik ben ook laat gaan praten.”

Toen ze bijna drie was, overleed Ingeborgs vader. “Ik heb mij nooit gevoelsmatig aan mijn moeder kunnen hechten. Ik kon me niet volledig aan haar overgeven. De vraag is in hoeverre dat met mijn vader zou zijn gelukt. Het gemis speelt ook een sterke rol.”

Als kind kwam Ingeborg bij veel hulpverleners. Omdat er een halve eeuw geleden nog weinig over autisme bekend was, kreeg ze verschillende diagnoses: angststoornis, borderline, depressiviteit. “Die dekten de lading niet. En daarom werkten de behandelingen niet. Het waren achteraf symptomen van autisme.”

“De zus boven mij trok veel met mij op. Ze speelde clubje met mij. Ze gooide Bobo’s, een kinderblad, door de brievenbus. Ik zat daaronder en dan gingen we er leuke dingen mee doen. Ik kon me bij haar laten gaan als ik overprikkeld was.”

Later werd de verhouding moeilijker, toen haar jongste zus studeerde in Nijmegen. “Dan kwam ze in het weekend thuis en dat verstoorde mijn rust.” Haar jongste zus vangt haar nog altijd op. “We gaan nu eens in de twee jaar op fietsvakantie. Dat is voor mij een gevoel van thuiskomen.”

 

Lees verder

Ingeborg van Vliet